Sign. - Arriva legde werknemersbegrip uit art. 37 van de Wet personenvervoer ingeval van overgang van een vervoerconcessie naar een andere busmaatschappij te ruim uit


De werkneemster was sinds 1 mei 1984 in dienst bij (de rechtsvoorgangers van) Arriva, laatstelijk als managementassistente bij Arriva Touring (0,4 fte) en als personeelsfunctionaris (0,5 fte). Ingeval van pieken in de vraag naar openbaar vervoer worden chauffeurs van Arriva Touring als versterking op concessies van Arriva ingezet, waaronder die van Zuid-Oost Friesland. De hieruit voortspruitende omzet van Arriva Touring vormt 1 à 1,5 procent van de totale omzet van Arriva Touring. Nadat in juni 2008 vast kwam te staan dat deze concessie over zou gaan naar een andere busmaatschappij, Qbuzz, werd door Arriva, Qbuzz en de betrokken vakbonden een lijst vastgesteld van indirect betrokken werknemers van Arriva die op de voet met art. 37 van de Wet personenvervoer 2000 naar Qbuzz over zouden gaan. Bij brief van 12 november 2008 deelde Arriva de werkneemster mee dat zij als gevolg van de overgang van de concessie Zuid-Oost Friesland op 14 december 2008 van rechtswege over zou gaan naar Qbuzz. Later deelde Arriva Touring de werkneemster mee dat zij behoorde tot de categorie indirecte niet-herleidbare werknemers die op grond van art. 37 lid 4 van de Wet personenvervoer overgingen naar Qbuzz. De werkneemster verzet zich tegen de overgang van haar arbeidsovereenkomst en betwist dat zij op (in)directe wijze werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de concessie Zuid-Oost Friesland. Zij stelt dat Arriva op rechtens ontoelaatbare wijze invulling heeft gegeven aan art. 37 van de Wet personenvervoer en vordert in kort geding wedertewerkstelling bij Arriva en doorbetaling van loon. Arriva stelt dat de werkneemster van rechtswege op grond van art. …

Verder lezen
Terug naar overzicht