Sign. - Goedkeuring mantelzorgcompliment als erflater in 2010 of 2011 is overleden


Op grond van artikel 1a lid 1 sub d SW kunnen bloedverwanten in de rechte lijn voor de erfbelasting geen partners van elkaar zijn. Op deze hoofdregel is in artikel 1a lid 4 SW een uitzondering gemaakt voor samenwonende bloedverwanten in de eerste graad, als een van hen een mantelzorgcompliment heeft ontvangen in het kalenderjaar vóór het overlijden van de erflater in verband met in dat voorafgaande jaar verleende thuiszorg aan de erflater.
Naar aanleiding van een uitspraak van de Rechtbank Arnhem (LJN BZ2247) heeft de staatssecretaris van Financiën een goedkeuring getroffen als de erflater in 2010 of 2011 is overleden. In dat geval geldt de voorwaarde van een mantelzorgcompliment niet indien de erflater op het tijdstip van zijn overlijden een formele CIZ-indicatie heeft voor extramurale zorg (dus niet intramurale zorg). De staatssecretaris heeft bij deze goedkeuring overwogen dat de eis van het mantelzorgcompliment in 2009 en 2010 niet of onvoldoende bekend was. Om die reden volstaat de goedkeuring met het stellen van de voorwaarde dat er op het moment van overlijden daadwerkelijk een CIZ-indicatie voor extramurale zorg aan de erflater is toegekend. De goedkeuring geldt niet als de CIZ-indicatie niet is aangevraagd, maar de erflater daar mogelijkerwijs – materieel gezien – wel aanspraak op had kunnen maken. Verder wordt opgemerkt dat ook aan de overige eisen van artikel 1a SW moet zijn voldaan.

(Ministerie van Financiën 28 mei 2013, nr. BLKB2013/909M, Stcrt. 2013, nr. 14644)

Terug naar overzicht