Sign. - Vervulling criteria IJzerdraad en Drijfmest levert nog geen nauwe en bewuste samenwerking (vereist voor medeplegen) op (HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1593)
Op 1 juli 2014 heeft de Hoge Raad ook arrest gewezen in een zaak waarin het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder verwijzing naar de criteria afkomstig uit de arresten IJzerdraad (HR 23 februari 1954, NJ 1954, 378) en Drijfmest (HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938) medeplegen aanneemt.
De Hoge Raad overweegt dat de art. 47 tot en met 51 Sr, al dan niet in zogenoemd functionele vorm, diverse mogelijkheden bieden iemand onder specifieke voorwaarden strafbaar te stellen voor zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit. In geval van het medeplegen houden die voorwaarden vooral in dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een of meer anderen.
Van een dergelijke samenwerking blijkt volgens de Hoge Raad niet uit de door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden. De Hoge Raad voegt daaraan toe:
‘De door het Hof in dit verband in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden, welke er op neerkomen dat de verdachte gelet op zijn functie als bedrijfsleider binnen de growshop “[A]” over deze gedragingen “vermocht te beschikken of deze al dan niet plaatsvonden en welker plaatsvinden hij blijkens de gang van zaken aanvaardde dan wel placht te aanvaarden”, welke omstandigheden eraan zouden kunnen bijdragen dat de verdachte als “functionele dader” van die gedragingen wordt aangemerkt, zijn onvoldoende om een dergelijke bewuste en nauwe samenwerking te kunnen aannemen.’ (ECLI:NL:HR:2014:1593).
De middelen zijn gegrond.
(Bron: www.rechtspraak.nl)