Naar de inhoud

Stapelen van beperkte rechten: een praktijkgerichte en notariële benadering

BW

In de literatuur is er veel aandacht voor het stapelen van beperkte rechten.1 In deze voornamelijk dogmatische discussie staat de vraag centraal of een beperkt gerechtigde zijn beperkte recht met een ander beperkt recht kan bezwaren. Zonder afbreuk te willen doen aan het belang van die discussie, kies ik in deze bijdrage voor een praktijkgerichte en notariële benadering.

1. Inleiding

In de praktijk zal men niet vaak de vraag krijgen of het mogelijk is een beperkt recht op een ander beperkt recht te vestigen, maar luidt de vraag meestal of een beperkt gerechtigde aan een derde een beperkt recht kan verlenen. Als die vraag bevestigend kan worden beantwoord, rijst de notariële vervolgvraag waarop dit beperkte recht dient te worden gevestigd. Ik beperk mij in deze bijdrage tot de in Boek 5 Burgerlijk Wetboek (BW) geregelde beperkte rechten: erfpacht, opstalrecht en erfdienstbaarheid. Hoewel het tevens in Boek 5 BW geregelde appartementsrecht geen beperkt recht is, maar een vorm van mede-eigendom, betrek ik het appartementsrecht ook in de analyse.

Hierna bespreek ik achtereenvolgens erfpacht (paragraaf 2), opstalrecht (paragraaf 3), erfdienstbaarheid (paragraaf 4) en appartementsrecht (paragraaf 5). Steeds zal ik aangeven welke beperkte rechten de beperkt gerechtigde respectievelijk de appartementseigenaar kan verlenen, of de bevoegdheid daartoe uitgesloten kan zijn, waarop het beperkte recht wordt gevestigd en wat de status van het nieuw gevestigde beperkte recht is als het reeds bestaande beperkte recht dan wel het appartementsrecht eindigt. Als varianten voor zich spreken, wordt volstaan met een korte weergave van de wettelijke regeling. Indien varianten minder voor zich spreken…