Naar de inhoud

Trust in de familiestichting

1. Inleiding

Bij de wijziging van de Successiewet 1956 per 1 januari jl. is een regeling geïntroduceerd om belastingheffing mogelijk te maken bij afgezonderde particuliere vermogens. Het afzonderen van vermogen vond namelijk in toenemende mate plaats met het oogmerk om belastingheffing te ontgaan. Veelal werd het vermogen ingebracht in buitenlandse entiteiten, zoals een Anglo-Amerikaanse trust, een Antilliaanse stichting particulier fonds of Liechtensteinse Stiftung. Doordat het bij deze juridische vormen mogelijk was om vermogen te laten “zweven”, ontstond er een heffingsvacuüm waaraan de Staatssecretaris van Financiën een eind heeft willen maken2. Door fiscale transparantie in te voeren voor afgezonderd particulier vermogen kan het vermogen in fiscaal opzicht niet meer zweven, maar vindt toerekening van dit vermogen plaats aan de inbrenger of diens erfgenamen. Doordat het afzonderen van vermogen nu ook in binnenlandse situaties onbelast kan plaatsvinden, biedt de nieuwe regeling voor de nationale praktijk nieuwe mogelijkheden om vorm te geven aan wensen van een inbrenger die vermogen bijeen wil houden, vermogen wil bestemmen voor meerdere generaties of een ander particulier doel voor ogen heeft.

Alvorens in te gaan op de nieuwe mogelijkheden wordt eerst aandacht besteed aan de vraag hoe vermogen kon zweven en hoe het heffingsvacuüm kon ontstaan. Vervolgens wordt aangegeven wanneer sprake is van een afgezonderd particulier vermogen in de zin van de nieuwe regeling. Verder wordt ingegaan op de fiscale gevolgen van de nieuwe regeling, wat dit betekent voor bestaande gevallen en welke toepassingsmogelijkheden dit biedt voor de praktijk.

2. Het oude heffingsvacuüm

Een bekende methode om heffing van inkomstenbelasting, schenkingsrecht en successierecht te vermijden was de volgende route. Vermogende Nederlanders die langer dan tien jaar in het…