Naar de inhoud

Vergoedingsrechten tussen echtgenoten bij 'koude uitsluiting'; natuurlijke verbintenis

Samenvatting

Partijen zijn gehuwd in algehele uitsluiting van goederen. De echtelijke woning is eigendom van de vrouw. De koopsom is voldaan door de man. Volgens de Hoge Raad oordeelde het Hof terecht dat de man betaalde op grond van een natuurlijke verbintenis. Het Hof geeft hiervoor drie omstandigheden aan.

Tekst

Gedurende het huwelijk van partijen heeft de vrouw de echtelijke (premie)woning op haar naam in eigendom verkregen. Tussen de echtgenoten was, krachtens gemaakte huwelijksvoorwaarden, elke gemeenschap van goederen uitgesloten. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding kwamen voor rekening van de man. Indien de vrouw in deze kosten vrijwillig bijdroeg was de man niet verplicht dit aan de vrouw te vergoeden.

Door de man was een geldlening bij de bank afgesloten, mede bedoeld om de koopsom van de echtelijke woning te financieren. De vrouw had hiervoor een hypotheekrecht op de woning verleend.

De voor de vrouw bestemde overheids-woningsubsidie is steeds op een rekening van het bedrijf van de man gestort en mitsdien aan hem ten goede gekomen.

Een jaar na de echtscheiding was de bank van plan om in verband met de schuld van de man de voormalige echtelijke woning, waarin de vrouw met de drie kinderen nog woonde te executeren. Om dit te voorkomen heeft de vrouw een bedrag op de rekening bij de bank van de man gestort en daarmee bewerkstelligd dat het hypotheekrecht werd geroyeerd.

De vrouw heeft vervolgens van de man het door haar betaalde bedrag teruggevorderd, welke vordering ook is toegewezen.

De man heeft daarop de terugbetaling van de koopsom en kosten van de voormalige echtelijke woning van de vrouw gevorderd.

De Hoge Raad heeft…