Naar de inhoud

Verrekening van voortgewentelde tax sparing credit niet toegestaan

Samenvatting

Belanghebbende heeft in 1997 interest ontvangen op Braziliaanse deposito’s. Hierop is geen bronbelasting ingehouden. Het Belastingverdrag Nederland-Brazilië bepaalt dat de in Brazilië betaalde belasting geacht wordt 20% van de interest te bedragen. Verrekening in Nederland van die fictieve belasting als zogenoemde tax sparing credit was in 1997 niet mogelijk wegens het ontbreken van een positief belastbaar resultaat. Dit gold ook in 1998, 1999 en 2000. In 2001 is wel een positief belastbaar resultaat behaald. Belanghebbende stelt dat zij in 2001 recht heeft op verrekening van de voortgewentelde tax sparing credit. Rechtbank Haarlem heeft belanghebbende in het ongelijk gesteld. Volgens de rechtbank heeft de besluitgever (van het BvdB 2001) de bedoeling gehad enkel verrekening te geven in het geval dat een belastingplichtige in het jaar van verrekening ook daadwerkelijk buitenlands inkomen heeft genoten. Belanghebbende komt in sprongcassatie tegen de beslissing van de rechtbank, echter zonder succes. Kort gezegd oordeelt de Hoge Raad:

  • dat het Belastingverdrag niet de verplichting voor Nederland bevat om in een ander jaar dan het jaar van ontvangst van de interest verrekening met belasting van dat jaar te verlenen;

  • dat het OESO-commentaar geen steun biedt voor de opvatting dat bronbelasting die in een jaar als gevolg van het feit dat de belastingplichtige in een verliespositie verkeert niet kan worden verrekend, voor verrekening in aanmerking komt in het eerstvolgende jaar waarin wel belasting is verschuldigd;

  • dat de zogenoemde stallingsregeling uit de eenzijdige regeling hier niet geldt; en

  • dat de visie van belanghebbende dat voor de toepassing van het verdrag de noemer van de zogenoemde in de tweede limiet neergelegde evenredigheidsbreuk moet worden gesteld op de buitenlandse bestanddelen…